Ziektebeeld: Hartfalen
ziet het hart eruit.
Het hart is een spier die als pomp werkt. Het hart pompt het bloed met zuurstof en voedingstoffen via de slagader naar alle delen van het lichaam. Afvalstoffen worden via het bloed afgevoerd naar de nieren, de lever en de longen. Het hart is opgebouwd uit een rechter en linker helft. Elke helft bestaat uit een boezem (atrium) en een kamer (ventrikel).
De rechter en de linker harthelft zijn gescheiden door een tussenschot (septum).
De beide kamers zijn met de slagaders verbonden. Vanuit de rechterkamer gaat een slagader naar de longen. Vandaar de naam longslagader (arteria pulmonalis). Vanuit de linkerkamer gaat een slagader naar het lichaam en heet daarom lichaamsslagader (aorta).
In de rechterboezem(1) van het hart stroomt bloed uit het lichaam binnen. Een klep (3) regelt de bloedstroom naar de rechterkamer(5). Na het passeren van een tweede klep(8) gaat het bloed via de longslagader(10) naar de longen.
De longen sturen zuurstofrijk bloed weer terug naar de linkerboezem (2).
Ook daar regelt een klep(4) de toevoer naar de linkerkamer(6). Na het passeren
van de tweede klep(7) komt het bloed in de aorta(9) terecht en wordt het bloed
naar alle delen van het lichaam gepompt.
Het bloed is een transportmiddel voor de stoffen die we in het lichaam nodig hebben en voor de afvalstoffen die we weer kwijt moeten. Het bloed haalt voedingstoffen op rond de darmen en geeft afvalstoffen af. ‘Vaste’ stoffen via de lever en vocht via de nieren. In de longen neemt het zuurstof op en geeft het koolzuur af. Zuurstof is erg belangrijk voor het functioneren van al onze organen, zonder zuurstof kunnen we niet leven. Om telkens nieuw zuurstof aan te voeren, moet het bloed blijven stromen. Het hart pompt het bloed door het hele lichaam.
Door samen te trekken stuwt de hartspier het bloed weg, de uitstroomvaten in (slagaders).
De samentrekking noemt men de hartslag. Gemiddeld slaat het hart 70 maal per minuut.
De linkerkamer pompt het bloed het lichaam in, dit bloed bevat zuurstof dat wordt afgegeven aan de organen. Via de aders komt zuurstofarm bloed weer terug in de rechterboezem. Vanuit de rechterboezem gaat het bloed naar de rechterkamer, van daaruit pompt het hart het bloed naar de longen, waar het bloed weer zuurstof opneemt en koolzuur afgeeft. Het zuurstofrijke bloed komt terug naar het hart in de linkerboezem, dan naar de linkerkamer en het hele proces begint opnieuw. (fig. 1)
Hartfalen
Bij hartfalen is de pompwerking van het hart niet optimaal. Daardoor wordt
onvoldoende bloed door het lichaam gepompt en krijgen sommige delen van het
lichaam af en toe te weinig bloed en dus zuurstof. Hartfalen komt ongeveer
bij 1 op de 1000 Nederlanders voor. Na het 65ste jaar is het één
van de meest voorkomende oorzaken van een ziekenhuisopname. Hartfalen kan
het gevolg zijn van een eerder doorgemaakt hartinfarct. Het kan ook een aangeboren
afwijking zijn of het gevolg van een ongezonde manier van leven, zoals veel
roken en weinig bewegen.
Door de verminderde pompwerking stroomt het bloed niet goed terug naar het
hart. Het gevolg hiervan is dat er onvoldoende bloed door het lichaam wordt
gepompt en dat organen soms te weinig bloed en dus zuurstof krijgen. Oorzaak
is een zwakke hartspier en daardoor een onvoldoende pompkracht van het hart.
Als gevolg hiervan gaat het lichaam via de nieren zout en water vasthouden.
Men kan merken dat men minder vaak hoeft te plassen. Het teveel aan vocht,
dat eigenlijk uitgeplast had moeten worden, hoopt zich eerst op in de bloedvaten,
maar uiteindelijk gaat het in de weefsels zitten. Dit gebeurt het eerst op
plaatsen die verder van het hart gelegen zijn zoals de voeten, de enkels en
de benen. Er vormt zich oedeem. Oedeem herken je als volgt: druk uw duim enkele
seconden op het opgezwollen lichaamsdeel en laat dan los. Als er enige tijd
een 'deuk' zichtbaar blijft dan is er sprake van vochtophoping.
Ook op onzichtbare plekken blijft vocht 'hangen', bijvoorbeeld in de longen;
dit heet "longoedeem". Behalve zien kun je dit soort verschijnselen
ook merken. U bent moe, u heeft adem tekort, ook als u ligt.
Symptomen.
Vermoeidheid doordat het hart steeds minder bloed naar de spieren pompt en
deze dus van minder zuurstof en voedingstoffen worden voorzien.
Kortademigheid door de ophoping van vocht in de longen. Bij inspanning meer
last dan in rust.
Een opgeblazen gevoel en minder eetlust door ophoping van vocht in de buik,
de lever en de darmen.
Dikke benen door vocht in de benen.
Gewichtstoename door vasthouden van vocht.
Vergeetachtigheid en gebrek aan concentratie als de hersenen minder zuurstof
krijgen.
Oorzaken
De oorzaken van het hartfalen lopen uiteen. Het kan komen door een eerder
hartinfarct die het hartspierweefsel zodanig heeft beschadigd dat het hart
niet genoeg pompkracht meer kan genereren om het bloed rond te pompen.
Het komt ook voor dat een aangeboren afwijking van de hartkleppen er voor
zorgt dat het bloed niet alleen de aorta in wordt gepompt maar ook weer terug
de hartkamer in.
Als laatste kunnen de slagaderen deels verstopt zijn en kunnen de aderen zijn
verhard door een te hoog cholesterol gehalte. Dit zorgt er voor dat de bloeddruk
stijgt. Als deze te hoog wordt dan is het hart niet meer in staat het bloed
met de juiste snelheid rond te pompen.
Om de oorzaak van hartfalen op te sporen heeft de arts verschillende mogelijkheden.
Electrocardiogram (ecg)
Laboratorium
Bloeddruk controle
Beluisteren van hart en longen
Röntgenfoto (X-thorax), van hart en longen
Echocardiografie, ultrasoon geluidsonderzoek van het hart
Ten eerste zal er altijd een elektrocardiogram worden gemaakt van het hart.
Vaak is hier al op te zien of het hart beschadigd is (hartinfarct) of dat
de hartspier te weinig zuurstof krijgt (angina pectoris). Ook zal de arts
bloed laten onderzoeken, vooral de werking van de nieren en de zogenaamde
hartenzymen worden onderzocht. Wat ook belangrijk is, is het zogenaamde cholesterol
gehalte. Een hoog cholesterolgehalte kan aanleiding zijn tot het zogenaamde
atherosclerose, ook wel aderverkalking genoemd. Het bloeddrukmeten behoort
tot de standaard onderzoeken evenals het beluisteren van hart en longen, met
een stethoscoop. De arts kan dan beoordelen of er vocht in de longen zit (decompensatio)
en ook kan de werking van de hartkleppen beoordeeld worden. Het beluisteren
van hart en longen is een onderdeel van het lichamelijk onderzoek. Om het
plaatje compleet te krijgen zal er ook een foto worden gemaakt van hart en
longen, hierop kan de arts kijken of er vocht in de longen zit maar ook kan
hij beoordelen of het hart misschien vergroot is, iets wat kan leiden tot
hartfalen.
Behandeling
Als de diagnose hartfalen is gesteld door uw cardioloog dan zal hij proberen eerst de oorzaak van dit hartfalen te behandelen. Bijvoorbeeld als angina pectoris de reden is van een verminderde pompfunctie en dus hartfaalklachten veroorzaken, dan kan behandeling van die angina pectoris de hartfaalklachten belangrijk doen afnemen.
Een andere manier om de benauwdheid aan te pakken is het geven van plasmedicatie, de zogenaamde diuretica (plaspillen). De nieren zullen hierdoor meer vocht en zout gaan uitscheiden, dus het overtollige vocht wordt effectief aangepakt. Benauwdheidklachten of oedeem kan belangrijk afnemen. Welk plasmiddel u krijgt is een keuze van de arts. De opmerking dat je goed moet drinken als je plastabletten inneemt wordt vaak opgevat dat je juist extra goed moet drinken. Op deze manier is het effect van het plasmiddel een stuk minder. Een goede indicatie om te kijken of u meer vocht gaat vasthouden is het dagelijks wegen, 's ochtends als u uw bed uitkomt. Uw arts of de verpleegkundige van de poli -hartfalen kan u precies uitleggen waar u op moet letten.
De basis van de behandeling van hartfalen bestaat uit:
Medicijnen
Aanpassing van eet- drinkpatroon
Aanpassing van de leefgewoonten
Voor deze behandeling zijn drie personen nodig:
Uzelf
De verpleegkundige
De cardioloog of huisarts
1. De belangrijkste steunpilaar van de behandeling bent u zelf:
Neem de medicijnen dagelijks in, volgens voorschrift
Voorkom overgewicht
Houdt u aan het zoutbeperkt dieet
Drink niet meer dan 1,5 liter per dag, tenzij anders afgesproken
Weeg u dagelijks en meld veranderingen
Blijf zoveel mogelijk in beweging, dit afgewisseld met rustperioden
Neem in ieder geval een middagrust van anderhalf à twee uur
Rook niet
Beperk alcoholgebruik tot één glas per dag tenzij de arts anders
adviseert
2. De tweede pijler van de behandeling is de verpleegkundige:
Zij/hij informeert u over uw ziekte en hoe er mee om te gaan
Zij/hij is uw aanspreekpunt wanneer er problemen zijn
Zij/hij overlegt met de arts of de medicijnen of richtlijnen veranderd moeten
worden
Zij/hij doet bloedonderzoek als controle op de werking van de medicijnen
3. De arts is de derde pijler van de behandeling. Hij of zij bepaalt welke
combinatie van medicijnen voor u het meest geschikt is.
Een enkele keer bestaat de kans de ernst van het hartfalen te verminderen door een operatie of een Dotter-ingreep. Hiervoor is dan verder onderzoek nodig (bijvoorbeeld echocardiogram, hartscan, hartkatheterisatie).
Medicijnen.
De medicijnen die het meest worden gegeven zijn gericht op:
Verbeteren van de pompkracht van het hart.
Verwijderen van overtollig vocht in het lichaam (plasmiddel).
Verlagen van de bloeddruk, waardoor er minder kracht per hartslag nodig is.
Een gunstig effect op een afwijkend hartritme
Angina pectoris
Angina pectoris ontstaat als de hartspier te weinig zuurstof krijgt. Om goed het bloed door ons lichaam te kunnen pompen heeft de hartspier zelf ook zuurstofrijk bloed nodig. Dit zuurstofrijke bloed krijgt de hartspier via een apart systeem van bloedvaten; via de zogenoemde kransslagaderen. Op momenten dat het hart sneller moet pompen, zoals bij lichamelijke inspanning of bij emotionele opwinding, is er meer zuurstof nodig. Krijgt het hart dit niet op tijd, dan ontstaan er verschijnselen als pijn en/of een drukkend onaangenaam gevoel op de borst, soms uitstralend naar de hals en de armen. De beklemming op de borst geeft een gevoel van benauwdheid. Deze verschijnselen noemen we angina pectoris. Een aanval duurt meestal enige minuten en gaat vaak met rust weer over.
Het vermogen van de kransslagaderen om het hart van bloed te voorzien is
beperkt bij mensen die een aandoening aan de kransslagaderen hebben, bijvoorbeeld
arteriosclerose (= slagaderverkalking). Door arteriosclerose worden de kransslagaderen
nauwer en komt de vrije doorstroming van het bloed in de knel. Dit is een
proces van jaren en de patiënt heeft er geen last van tot de eerste angina
pectoris aanval; dan bestaat er al een flinke vernauwing van de kransslagaderen.
Angina pectoris kan de patiënt belemmeren in de dagelijkse bezigheden,
zeker als de aanvallen al bij geringe inspanningen optreden. Lang niet iedereen
met angina pectoris krijgt op den duur een hartinfarct (zie myocard infarct),
maar de kans daarop is wel groter. Het is dan belangrijk de risicofactoren
te beperken door te stoppen met roken, af te vallen, gezonder te eten en meer
te bewegen. In Nederland hebben enkele honderdduizenden mensen last van angina
pectoris. Het komt bij mannen vooral voor boven de veertig; vrouwen krijgen
meestal klachten op latere leeftijd, na de overgang. Boven de zestig is het
percentage mannen en vrouwen met angina pectoris gelijk.
De behandeling bestaat uit geneesmiddelen om de aanvallen te voorkomen (de
zogenaamde nitraten, ß-blokkers of Ca-antagonisten) en om deze af te
breken (nitraten). In ernstige gevallen zal men proberen middels een operatie
of dotterprocedure de vernauwing op te heffen.
Hartinfarct
Het hart is een grote spier die het bloed door het lichaam pompt. Voor deze
arbeid heeft het hart voeding en zuurstof nodig. Dit haalt hij uit het bloed.
Door het hart lopen twee aders, de linker en rechter kransslagader. Deze twee
aders verzorgen de doorbloeding van het hart, ze vertakken zich tot kleine
haarvaatjes die het hele hart verzorgen. Bij een hartinfarct raakt een kransslagader
op een bepaalde hoogte verstopt en krijgt het spierweefsel van het hart geen
zuurstof meer. Als dit te lang duurt, sterft er spierweefsel af. Dit te kort
aan zuurstof geeft een brandende drukkende pijn op de borst (Angina Pectoris)
met vaak uitstraling naar de linkerarm. Het afgestorven spierweefsel verandert
in bindweefsel en kan dus niet meer samentrekken. Het hart verliest hierdoor
pompkracht.
De plaats waar de kransslagader verstopt is maakt veel uit voor de gevolgen
van het infarct. Hoe hoger de ader is afgesloten hoe groter het stuk spierweefsel
dat geen zuurstof krijgt. Lager in de kleinste haarvaatjes raakt er minder
spierweefsel afgesloten. Niet alleen de plaats, van de afsluiting, in de ader
is van belang ook of het de linker- of de rechter kransslagader betreft maakt
veel verschil. De rechter kransslagader verzorgt de rechter boezem en de rechter
kamer. Het bloed stroomt van uit het lichaam via de vena cava superior de
rechter boezem in. De boezem pompt het door naar de rechterkamer. Hier begint
de zo genoemde kleine bloedsomloop. Vanuit de rechterkamer wordt het bloed
naar de longen gepompt. Hier komt het zuurstofarme bloed in aanraking met
de longen en neemt weer nieuw zuurstof op. Vanuit de longen komt het bloed
in de linkerboezem. De linkerboezem pompt het bloed naar de linkerkamer. De
linkerkamer heeft de sterkste spierbuik van het hele hart, want vanuit deze
kamer moet het bloed het hele lichaam door worden gepompt. Het is dus het
meest gevaarlijk als de linkerkant wordt getroffen door een infarct. Dit deel
van het hart moet het meeste werk verzeten.
Risicofactoren
Het hartinfarct is een 'welvaartsziekte' die opgang heeft gemaakt na de Tweede
Wereldoorlog. We lijden een veel gejaagder bestaan dan onze voorouders en
zijn daardoor meer en vooral ongezonder gaan eten. "Even snel een hamburgertje
halen!"
Aan die welvaart zijn risico's verbonden. Een van die risico's is het hartinfarct.
De kans op een hartinfarct wordt beïnvloed door zogenaamde 'risicofactoren'.
De bekendste risicofactoren zijn:
Roken
Arteriosclerose (een vaatziekte die de aderen vernauwt)
Verhoogde bloeddruk
Overgewicht
Een te hoog cholesterolgehalte
Weinig lichamelijke beweging
Veel stress
Nieuws
NAAST RADIALE NU OOK FOCUSED WAVE THERAPY: DE PIEZOWAVE!!!
PiezoWave De PiezoWave is een door Richard Wolf gecombineerd orthopedische ESWT systeem met de applicatie TPST. Sinds het ...
In oktober 2011 is onze praktijk uitgekozen door het Rijnstate Ziekenhuis, afdeling Orthopedie, specialisatie schouder, om onderdeel ...
In het Golf Experience Center werken wij samen met Club 15: personal en fitnesstraining met persoonlijke begeleiding ...



