Ziektebeeld: Kinder Heupdysplasie
De term heupdysplasie wordt gebruikt voor een stoornis in de ontwikkeling
van het heupgewricht. Daarom wordt tegenwoordig de term DDH gebuikt. (Developmental
Dysplasia of the Hip) Heupdysplasie is een aangeboren afwijking. Van alle
aangeboren afwijkingen is het verreweg de meest voorkomende. Het komt bij
ongeveer twee procent van alle baby's voor, en vier maal zo vaak bij meisjes
dan bij jongens. Bij heupdysplasie wordt de heupkop onvoldoende bedekt door
de heupkom. De kop zit wel op de juiste plaats in de kom, maar de kom is onvoldoende
ontwikkeld, waardoor het gewricht niet goed werkt. Hierdoor ontstaan pijnklachten
en er bestaat een verhoogde kans op slijtage (artrose) van het heupgewricht.
Wanneer een heupdysplasie vroeg ontdekt wordt en er met de juiste behandeling
wordt gestart, is het een aandoening waarvan men helemaal geneest. Als een
heupdysplasie niet wordt ontdekt op babyleeftijd kunnen op jonge leeftijd
al heupklachten ontstaan. Als een heupdysplasie niet goed word behandeld,
kan dit de aanleiding zijn tot artrose (slijtage) van het heupgewricht.
Oorzaken
De oorzaak van heupdysplasie is onduidelijk. Wel is bekend dat de afwijking
niet overal in gelijke mate voorkomt. In Afrika en China is heupdysplasie
bijvoorbeeld heel zeldzaam. Ook komt deze afwijking veel vaker voor bij meisjes
dan bij jongens. Daarnaast lijken erfelijke invloeden aanwezig. Bij baby's
van wie één van de ouders, broertjes of zusjes heupdysplasie
heeft, is de kans dat de afwijking ontstaat veel groter. Ook de ligging van
de baby in de baarmoeder lijkt van invloed te zijn, want bij stuitligging
komt de dysplasie iets vaker voor. In hoeverre na de bevalling de afwijking
door bepaalde houdingen kan verergeren is niet helemaal duidelijk.
Symptomen
• Pijn in de onderrug
• Pijn in de liesstreek
• Pijn in de bil
• Spierpijn in het bovenbeen
• Uitstralende pijn naar de knie
• Slenterpijn (pijn die ontstaat bij langzaam lopen en telkens stoppen)
• Startpijn (kortdurende pijn die ontstaat bij het beginnen van een
beweging)
• Het lopen gaat moeilijker
• Mank lopen.(om de pijn te compenseren)
• De heup wordt minder bewegelijk
• Doorzwikken (het gevoel hebben dat de heup instabiel is)
De behandeling
Als uit onderzoek is komen vast te staan dat er sprake is van een heupdysplasie,
dan zal snel tot behandeling worden overgegaan. Deze bestaat uit het spreiden
van de beentjes door middel van een spreidmiddel. Hierdoor komt de heupkop
goed in de kom en wordt de heupkom gestimuleerd om zich goed te ontwikkelen.
Er zijn verschillende spreidmiddelen op de markt. Vaak zal de arts kiezen
voor een spreidmiddel waarbij de beentjes enigszins kunnen blijven bewegen.
Soms heeft een meer starre vorm van spreiden de voorkeur. Het spreidmiddel
moet dag en nacht, dat wil zeggen 23 uur per dag gedragen worden. Dit betekent
dat het spreidmiddel alleen af mag bij het in bad doen en tijdens het verschonen,
tenzij uw arts andere instructies heeft gegeven. Vaak moet een kind even wennen
aan het spreidmiddel, maar de meeste kinderen passen zich echter snel aan
de nieuwe houding aan. Het huilgedrag zal na ongeveer drie dagen weer een
normaal patroon aannemen. Het dragen van een spreidmiddel hoort pijnloos te
zijn. Als er het vermoeden is dat het kind wel pijn heeft, neem dan contact
op met de orthopeed. De spreiding van de beentjes in de spreider mag niet
geforceerd gebeuren, want hierdoor kunnen doorbloedingsstoornissen in de heupkop
ontstaan.
Meestal duurt een spreidbehandeling vier tot zes maanden. Als de heupafwijking
wordt ontdekt op een leeftijd van 6 maanden of ouder, dan kan de behandeling
enkele maanden langer duren. Het aantal controles is afhankelijk van het spreidmiddel
en de ernst van de dysplasie. Door middel van een röntgenfoto beoordeelt
de orthopeed of het wenselijk is de behandeling voort te zetten. Meestal wordt
er een half jaar na het einde van de behandeling een afspraak voor controle
gemaakt. Als een kind eenmaal goed loopt volgt een tweede controle. In een
klein aantal gevallen blijkt later toch nog een operatie nodig. Een spreidmiddel
is ook vaak niet meer zinvol als de afwijking pas op 1,5 tot 2-jarige leeftijd
wordt ontdekt. In die gevallen kan de overdekking van de heupkop operatief
worden verbeterd. Sommige kinderen krijgen opnieuw klachten op tienerleeftijd
(12 - 16 jaar)
.
De behandeling van de fysiotherapeut
Na de behandeling van een heupdysplasie met een spreidmiddel is fysiotherapie
niet altijd noodzakelijk. Gewoon bewegen in het eigen tempo van het kind is
over het algemeen voldoende om alle vaardigheden weer op te bouwen. Maar wanneer
uw kind na deze periode passief blijft in het bewegen, angstig is om te bewegen
of evenwichtsproblemen heeft, kan een behandeling door een kinderfysiotherapeut
vruchten afwerpen. Deze kan door middel van tests kijken of er sprake is van
een motorische achterstand of dat het kind angst heeft gekregen om te bewegen.
Door tips en oefeningen kan het kind worden gestimuleerd om weer te gaan bewegen
en wanneer er sprake is van een motorische achterstand kan dit door de fysiotherapeut
behandeld worden.
Nieuws
NAAST RADIALE NU OOK FOCUSED WAVE THERAPY: DE PIEZOWAVE!!!
PiezoWave De PiezoWave is een door Richard Wolf gecombineerd orthopedische ESWT systeem met de applicatie TPST. Sinds het ...
In oktober 2011 is onze praktijk uitgekozen door het Rijnstate Ziekenhuis, afdeling Orthopedie, specialisatie schouder, om onderdeel ...
In het Golf Experience Center werken wij samen met Club 15: personal en fitnesstraining met persoonlijke begeleiding ...



