Ziektebeeld: Beroerte
ptrekkingen, duizelingen of tintelingen zonder andere verschijnselen.
Incontinentie.
Verschijnselen die horen bij migraine, zoals het zien van knipper lichtjes,
kleuren of zigzagrandjes.
Geheugenverlies.
Tegenwoordig is men voorzichtiger met het gebruik van de term TIA. Als de
verschijnselen niet binnen 1 tot 2 uur verdwijnen, is er wellicht toch sprake
van een 'echte' beroerte. Het is dan ook zaak om dit soort verschijnselen
altijd serieus te nemen.
Risicofactoren.
Een beroerte is een vaatziekte. De risicofactoren komen overeen met die van hart- en vaatziekten. Door de risicofactoren van een nieuwe beroerte te verminderen, wordt ook de kans op hart- en andere vaatziekten verkleind. Risicofactoren versterken elkaar, een combinatie van hoge bloeddruk, overgewicht en roken maakt de kans op een beroerte veel groter dan één afzonderlijke factor.Slagaderverkalking speelt een belangrijke rol bij herseninfarcten. Bij de geboorte zijn de bloedvaten nog mooi glad, maar met de jaren krijgen we allemaal slagaderverkalking.Bij ieder mens stapelen zich de vetachtige stoffen op in de bloedvatwanden, alleen de snelheid waarmee dat gebeurt, verschilt per persoon.
Factoren die het risico van een ‘beroerte’vergroten.
Bloeddruk.
Een verhoogde bloeddruk of hypertensie is de belangrijkste risicofactor voor
het krijgen van en hersenbloeding. De wanden van de bloedvaten staan constant
onder hoge druk. Hierdoor rekken zwakke plekken eerder uit en scheuren open.
Hoge bloeddruk bevordert slagaderverkalking en is ook een risicofactor voor
het krijgen van een herseninfarct.
Roken.
Roken beschadigt de wanden van de bloedvaten en versnelt daardoor het proces
van slagaderverkalking, het verhoogd het cholesterolgehalte in het bloed.
Roken vernauwd de bloedvaten en verhoogt de bloeddruk. Ook heeft roken tot
gevolg dat bloedplaatjes sneller samen klonteren. Het effect op de bloedplaatjes
is binnen één dag nadat u gestopt bent verdwenen. Ook is er
binnen enkele maanden herstel te zien in de bloedwand, verlaging van het cholesterol
en daling van de bloeddruk Alleen de opgelopen slagaderverkalking blijft bestaan.
Cholesterol.
Cholesterol is een vetachtige stof die in verschillende soorten vetbolletjes
vervoerd wordt in het bloed. Afhankelijk van de samenstelling van de vetbolletjes
onderscheiden we ‘goed en ‘slechte’ cholesterol. Het ‘goede’cholesterol
(High Density Lipoproteins, HDL) gaat naar de lever, het slechte cholesterol
( Low Density Lipoproteins, LDL) dringt door in de bloedvatwand en veroorzaakt
slagaderverkalking(atherosclerose). Lichaamsbeweging verhoogt de hoeveelheid
goed cholesterol in het bloed. Vet eten, vooral in de vorm van verzadigde
vetzuren of dierlijk vet, verhoogd de hoeveelheid slecht cholesterol.
Lichaamsbeweging.
Lichaamsbeweging verlaagt de bloeddruk, verlaagt het gehalte aan slecht cholesterol
(LDL) in het bloed en heeft een gunstige invloed op lichaamsgewicht. Het is
dus niet verwonderlijk dat een gebrek aan lichaamsbeweging de kans op hart-
en vaatziekten vergroot. Drie keer tien minuten of twee keer een kwartier
is per dag voldoende. Kortere periodes heeft geen zin.
Alcohol.
Bij een dagelijkse dosis van twee glazen alcohol stijgt het risico op hart-
en vaatlijden.
Overgewicht.
Mensen met ernstig overgewicht lopen een verhoogde kans op chronische ziekte.
Ook vergroot het overgewicht de sterfte kans. De genoemde risicofactoren gaan
vaak samen met overgewicht bv. hoge bloeddruk.
Homocysteine.
Homocysteine ontstaat bij de afbraak van eiwitten. Sommige mensen
hebben een erfelijke aandoening, waardoor zij een verhoogde homocysteine hebben
in het bloed.
Diabetes mellitus.
Het bloed vervoert suiker in de vorm van glucose in het bloed. Een patiënt
met diabetes mellitus, suikerziekten kan de hoeveelheid glucose in zijn bloed
niet regelen.
Erfelijk.
Herseninfarcten zelf zijn zelden erfelijk.Erfelijke aanleg
kan de kans op een beroerte wel verhogen. Iemand kan door erfelijke aanleg
een hoge bloeddruk hebben, veel LDL- cholesterol, homocysteine in zijn bloed
of diabetes krijgen. Hersenbloedingen daar in tegen zijn soms wel erfelijk.
Zwakke plekken in de bloedwand kunnen namelijk erfelijk zijn. In sommige families
komt een plaatselijke verwijding van en bloedvat veel voor (aneurisma)
Hart en vaatlijden.
Bij hartritme stoornissen of afwijkingen aan de hartkleppen
kan zich een stolsel in het hart vormen. Een embolie (een afgebroken stukje
stolsel) uit het hart kan vast lopen in de bloedvaten en daar een TIA of herseninfarct
veroorzaken. Bij één op de vijf mensen die een beroerte krijgt,
is de oorzaak een embolie uit het hart.
Gevolg
Wat onze hersenen allemaal kunnen, merken we pas goed als we een functie van de hersenen moeten missen. Simpele dingen zoals een pen op tafel zien liggen, besluiten deze te pakken en dat vervolgens te doen, vergt inzet van veel gebieden van de hersenen.Als na de beroerte één schakel is uitgevallen kan de handeling niet goed meer worden uitgevoerd.Wanneer de motorische schors is aangetast kan iemand zijn arm niet meer bewegen om de pen te pakken. Als iemand niet meer weet waar zijn arm zich bevindt, kan hij de beweging hiervan niet meer sturen.De uitvalsverschijnselen na een beroerte kunnen zijn.
Verlamming.
Na een beroerte heeft meer dan 80% van de gevallen één of andere verlamming. De verlammingen na een beroerte in de grote hersenen beperken zich altijd tot één kant van het lichaam. We spreken dan van een halfzijdige verlamming oftewel hemiplegie. Verlammingen aan de rechterkant worden veroorzaakt na een beroerte aan de linkerkant, en halfzijdige verlaming links wordt veroorzaakt door een beroerte rechterkant
Gevoelsstoornis
De gevoelsstoornissen zijn halfzijdig en treden vrijwel altijd op aan de kant van de verlamming. Er kunnen verschillende vormen op treden bijvoorbeeld niet meer voelen van pijn, kou en warmte of aanraken. Of dat iemand helemaal niet meer voelt.Ook kan het zo zijn dat iemand constant prikkelingen of tintelingen voelt (paraesthesiën). Het zogenaamde diepe gevoel kan ook verstoord zijn. Iemand kan niet goed meer voelen hoe de stand van zijn arm of been is. Wanneer iemand niet meer voelt hoe de stand van arm of been is kan hij nauwelijks meer lopen.
Verwaarlozing (neglect)
Iemand met verwaarlozing of neglect heeft geen aandacht voor één kant van zijn lichaam en voor de omgeving aan deze kant van zijn lichaam. Één kant van het lichaam bestaat niet.Hij is zich er niet van bewust. Zoals geldt voor alle gevolgen van een beroerte pakt een neglect niet voor iedereen hetzelfde uit. De neglect kan sterker zijn als iemand moe is of als er links en rechts veel dingen tegelijk gebeuren.
Stoornis in het zien
Bij Hemianopsie is een deel van het gezichtsveld wazig. Het wazige gebied wordt niet veroorzaakt door uitval van één oog. In beide ogen is hetzelfde stukje aan de linker- en rechterkant van het gezichtsveld weggevallen. De uitval is het gevolg van een beschadiging in de hersenen. Iemand heeft uitvalsverschijnselen van het oog door beschadiging van de oogzenuw.
Afasie
Afasie is een spraakstoornis. De medische term voor spraakstoornis is dysartrie. Iemand met een spraakstoornis spreekt moeilijk, omdat hij moeite heeft met het bewegen van de spieren van zijn mond, tong en keel. Bij afasie is de functie van het taalcentrum in de hersenen verstoord. Iemand kan moeite hebben van het vinden van de juiste woorden, terwijl hij precies weet wat hij wil zeggen. Iemand kan de verkeerde woorden gebruiken hij zegt ‘trui’maar bedoeld ‘broek’.
Apraxie
Iemand kan in woorden uitdrukken hoe hij iets moet doen, maar hij kan het niet uitvoeren.Dit onvermogen is niet het gevolg van verlamming, gevoelsstoornis of verwaarlozing.Hij kan bijvoorbeeld geen koffie meer zetten, omdat hij de koffie op het schoteltje legt het water in het kopje en de koffiefilter in zijn hand houdt.
Pijn
Pijnklachten kunnen zijn gewrichtpijn, gezwollen of koude benen aan de verlamde of verwaarloosde kant en drukpijn. Pijnklachten die het gevolg zijn van gevoelsstoornis kunnen heel hardnekkig zijn. Iemand heeft het gevoel dat hij zich verbrand heeft of constant met naalden in een arm of been wordt gestoken.De pijn ontstaat soms direct na de beroerte, maar kunnen zich ook ontwikkelen enige weken tot maanden later.
Epilepsie
Epilepsie ontstaat kort na een beroerte of pas na enige tijd. Het eerste jaar na de beroerte is de kans 5% daarna daalt het risico tot 1 a 2%.
Denken emoties en gedrag
Psychische gevolgen van en beroerte vallen niet gelijk.. Mensen hebben vaak veel problemen bij het verwerken van een beroerte. Dat heeft te maken met het besef dat het lichaam het volkomen onverwacht heeft laten afweten. De vanzelfsprekendheid waarmee je op je lichaam kon vertrouwen is verdwenen.Het kost tijd en energie om die ervaring te verwerken.
Tempo
Het tempo waarin iemand informatie verwerkt kan vertraagd zijn
Vergeten
Bij geheugen problemen wordt de informatie sneller vergeten
Aandacht
Achteruitgang in de concentratie. Concentratieproblemen.
Lachen en huilen
De stemming kan veranderen. Sommige mensen trekken zich terug en zijn somber. Anderen kunnen hun emoties niet in bedwang houden, ze zijn snel kwaad of lachen en huilen terwijl daar geen aanleiding voor is. Soms lukt het ze niet om te stoppen.
Star
Alles moet op tijd gebeuren en in vaste volgorde.
Moe
Na een beroerte klaagt bijna iedereen over vermoeidheid.Alles kost ook veel energie
Depressie
Het is belangrijk om deze gevoelens bij iemand te herkennen. Bij een depressie is iemand niet gemotiveerd voor revalidatie. Een depressie maakt het leven voor de betrokkenen extra moeilijk. Een depressie kan behandeld worden door medicijnen.
Behandeling.
Fysiotherapeut
Het werk van de fysiotherapeut richt zich vooral op het zo goed mogelijk functioneren van het eigen lichaam.Het belangrijkste doel na een beroerte is dat er weer controle komt over het eigen lichaam, waarbij gezonde en aangedane zijde zoveel mogelijk samenwerken.Verder wordt er geprobeerd ongunstige gevolgen van de verlammingen en bedrust tegen te gaan. Er kunnen dwangstand of contracturen van de armen en benen ontstaan.De fysiotherapeut richt zich vooral op de aangedane zijde. De patiënt is nogal eens gewend deze zijde te verwaarlozen. Door oefeningen probeert men te stimuleren dat de patiënt zich meer bewust wordt van de verlamde zijde.De fysiotherapeut richt zich zowel op de aangedane als op de gezonde zijde, balans-, evenwichtsoefeningen en functioneel trainen als lopen, opstaan,gaan zitten en liggen zijn van groot belang.
Ergotherapeut
Kijkt in hoeverre iemand zich kan redden, huishoudelijk werk kan verrichten of misschien ook nog ander werk.Hij gaat na wat de beperkingen zijn die iemand heeft door zijn handicap.Vervolgens traint hij met de patiënt de vaardigheden zodat hij een zo zelfstandig mogelijk leven kan leiden. Zonodig adviseert hij extra hulpmiddelen of voorzieningen die in het huis aangepast moeten worden.
Logopedist
Richt zich op de communicatie en probeert de taal en de spraak te verbeteren. De logopedist adviseert ook slikstoornissen. Als de slikstoornissen leiden tot problemen bij het eten, vraagt hij advies bij diëtist.
Diëtist.
Adviseert de patiënt op de voeding. Om de kans op herhaling van een beroerte te verkleinen, krijgen de patiënten soms een speciaal dieet.
Neuro-psycholoog
Helpt de patiënt bij het verwerken van de ziekte. Hij onderzoekt of de patiënt onzichtbare stoornissen heeft en zoekt naar manieren waarop de patiënt met de verloren psychische functies zo goed mogelijk kan leven
Maatschappelijk werkster
Begeleid de patiënt met maatschappelijke zaken, zoals financiën en de verzekeringen. Daarnaast ondersteunt zij de partner bij de verwerkingsprocessen
Revalidatiearts
Is verantwoordelijk voor de gehele revalidatie van de patiënt.Hij inventariseert wat haalbaar is.
Nieuws
NIEUW! Sinds kort hebben wij een hielspoor spreekuur! Bij hielspoorklachten is bewezen dat er door ...
Vanaf heden verkopen wij ook de nieuwe Muvman Factory. Voor meer bijzonderheden en de folder zie onder ...
Inloopspreekuur golfbaan Welderen
Vanaf 5 april, bij de start van het nieuwe golfseizoen is er ook de mogelijkheid van een gratis ...



